INFO OVER NAFA

De missie van North American Fur Auctions is om de primaire verkoper en kosteneffectieve service aanbieder voor leveranciers van bontpelzen te zijn, met een aanbod van ‘s werelds hoogste kwaliteit en meest uitgebreide collectie bontpelzen.

Over NAFA
Erfgoed
Rentmeesterschap
Management
Over NAFA

North American Fur Auctions verhandelt momenteel farm-nerts, farm-vos en alle variëteiten van wildvang pelzen waaronder bever, wasbeer, Sabelmarter, muskusrat, wilde nerts, lynx, lynx cat otter, rode vos en prairiewolf.

De kernactiviteit van North American Fur Auctions is de verkoop van ruwe, gedroogde pelzen en huiden. De pelzen en huiden worden als consignatie zending ontvangen van pelsdierenhouders en van wildvang producenten. Pelzen worden verkocht aan kledingfabrikanten en bonthandelaren over de hele wereld. NAFA als zodanig is het op één na grootste bontveilinghuis in de wereld en de grootste in Noord-Amerika.

NAFA selecteert pelzen op type, maat, kwaliteit, haarlengte, kleur en kleurzuiverheid. Vervolgens worden pelzen gecatalogiseerd en te koop aangeboden op veilingen of via privé verkoop (private treaty). Veilingen vinden meerdere malen per jaar plaats in Toronto, Canada.

De veilingen trekken een internationaal koperspubliek, met vertegenwoordigingen van ‘s werelds belangrijkste bontmarkten waartoe behoren China en Korea uit het Verre Oosten, Rusland en Oost-Europa, de West-Europese centra uit Griekenland, Italië, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, en de Noord-Amerikaanse markten van New York, Montreal en Toronto. Klantenondersteuning komt voort uit de community’s voor het vervaardigen/verwerken van en handelen in bont, die vaak worden vertegenwoordigd door makelaars of agenten. Alle kopers moeten voordat ze kunnen deelnemen aan een veiling, een goedgekeurde en aanvaarde kredietstatus hebben. Voor elke aankoop bij een veiling worden de koper veilingkosten (commissie) in rekening gebracht als vergoeding voor de door NAFA geleverde selectie-, catalogiserings- en veilingservices, die onder meer de volgende omvatten: veilingcatalogi; kruierswerkzaamheden; maaltijden (ontbijt en lunch); draadloze internettoegang; telefoon- en faxservices.

Op dit moment verhandelt NAFA ruim 4 miljoen Noord-Amerikaanse farm-nerts en meer dan 6 miljoen Europese nertsenpelzen, Noord-Amerikaanse farm-vos en alle variëteiten van wildbont waaronder bever, wasbeer, sabelmarter, muskusrat, wilde nerts, lynx, lynxkat, otter, rode vos en prairiewolf.

NAFA verkoopt bontpelzen onder het NAFA-kwaliteitsmerklabel en voert een aanzienlijke internationale reclame- en promotiecampagne voor het NAFA-merk in samenwerking met klanten en wereldberoemde modeontwerpers.

Het hoofdkantoor van NAFA alsmede de veiling zijn gevestigd in Toronto (Ontario, Canada), met een nevenvestiging in Winnipeg (Manitoba, Canada). Het Amerikaanse hoofdkantoor van NAFA, het selectiecentrum voor de verwerking van pelzen, bevindt zich in Stoughton (Wisconsin, VS). NAFA beschikt in Europa over een uiterst modern en geavanceerd selectiecentrum dat in Polen gevestigd is, terwijl er een vertegenwoordigend kantoor voor Europese pelsdierenhouders is gevestigd in Nederland.

Erfgoed

Onze Geschiedenis
De handelsactiviteiten van NAFA gaan terug naar 1670, toen de Hudson’s Bay Company (HBC) werd opgericht. Vanaf het begin vond het verhandelen van pelzen plaats in een door concurrentie gedreven setting, oorspronkelijk door middel van een verzegeld bod en later op openbare veilingen die werden gehouden in Londen in Engeland.

De geschiedenis van de bonthandel is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van Canada en de Verenigde Staten. Ontdekkingsreizigers zagen al snel de economische voordelen van de export van pelzen naar Europa en startten de handel die de plaats van belangrijke steden in beide landen zou bepalen, eerst als handelsposten voor bont en veel later als moderne metropolen.

1670
De Hudson’s Bay Company, de oudste vennootschap met rechtspersoonlijkheid in Noord-Amerika, ontving haar statuten en bijbehorende oorkonde in 1670 van de Engelse koning Charles II, hoewel de handel feitelijk al decennia eerder op gang was gekomen met de expedities van Jacques Cartier en Henry Hudson. Bontveilingen werden gehouden in Londen, waar Noord-Amerikaanse bont pelzen van de hoogste kwaliteit aan de Europese mode industrie kon worden aangeboden.

1821
Na een jarenlange concurrentiestrijd om Noord-Amerikaanse bontpelzen met NorthWest Company, inclusief gewapende conflicten, fuseerden de twee bedrijven. Met deze eenwording werd een monopoliepositie verworven.

1868
Om de witte vlekken op de landkaarten in te vullen was de Hudson’s Bay Company continu bezig met het verkennen en vestigen van lokale handelsposten voor bont. De onderneming werd dan ook snel een van de grootste landeigenaren ter wereld. De nieuw gevormde regering van Canada had het geluk dat zij in 1868 een heel groot deel van dit grondbezit, en daarmee de exploitatie ervan, voor 300.000 pond kon terugkopen. Een koopje wanneer men bedenkt dat de staat Alaska slechts tien jaar later voor maar liefst 7 miljoen dollar van de Russen werd gekocht.

1925
Na 1925 begon de Hudson’s Bay Company haar activiteiten op te splitsen en onder te brengen in divisies voor bonthandel, land, grootschalige distributie, kleinhandelszaken, natuurlijke rijkdommen en bronnen, en overige. In de jaren ’30 ging de bonthandeldivisie sterker de nadruk leggen op de wederopbouw van handelsposten in het noorden en op de uitbreiding van transportvoorzieningen – dit alles in een poging om pelzen gemakkelijker van de wildernis naar de veilinghuizen te brengen.

1949
Als gevolg van een uitgebreidere consumentenmarkt in Noord-Amerika opende de Hudson’s Bay Company in 1949 haar eerste Canadese vestiging voor bontveilingen in Montreal. Deze vestiging diende als verkooppunt zowel voor de Canadese groep van pelsdierenhouderijen en onafhankelijke verschepers van wildvang als voor bontcollecties die HBC aankocht via haar Northern Stores en haar divisies voor ruwe, gedroogde pelzen.

1970
In 1970 had de Hudson’s Bay Company nog steeds veilinghuizen op traditionele locaties als Londen, Montreal en New York om zo de oude centra van de bonthandel te blijven bedienen. Maar veranderingen in het beleid van de onderneming in de late jaren ’80 leidden tot een aantal besluiten waardoor HBC vele van haar bezittingen afstootte, waaronder de distilleerderij, de mijnbouw, onroerend goed en uiteindelijk ook de bonthandeldivisie.

1987
Als gevolg hiervan verkocht de Hudson’s Bay Company in februari 1987 haar Canadese veilinghuizen voor bont aan de managementgroep van de Canadian Fur Division en diens ondersteunende groepen pelsdierenhouders, de Canada Mink Breeders Association (CMBA) en de Canada Fox Breeders Association (CFBA). De nieuwe onderneming kreeg de naam Hudson’s Bay Fur Sales Canada Inc. en zette de 300 jaar oude traditie van Hudson’s Bay in de bonthandel voort.

1989
In juni 1989 nam de onderneming ook de veilingactiviteiten in New York van Hudson’s Bay Company over en exploiteerde deze vanuit de regio New York onder de naam Hudson’s Bay Fur Sales New York Inc.

1992
Met de overname van de bontveiling in New York werd de American Mink Council (AMC), de organisatie van nertsenhouders in de Verenigde Staten die de veiling ondersteunde, de zakelijke partner van de CMBA en CFBA in de eigendom van de onderneming in 1992. Tevens wijzigde de onderneming in 1992 haar naam in North American Fur Producers Marketing Inc., terwijl de gecombineerde veilingactiviteiten van de twee bedrijven nu werden gevoerd onder de handelsnaam “North American Fur Auctions” (NAFA).

2000
Op 2 mei 2000, precies 330 jaar na de overdracht van de statuten en bijbehorende oorkonde van oprichting van de oorspronkelijke Hudson’s Bay Company, maakte de NAFA Wild Fur Shippers Council (WFSC), die hierin het eigendomsbelang van Canadese en Amerikaanse pelsjagers (“trappers”) behartigde, met de aankoop van aandelen in NAFA de cirkel rond.

Het heden
NAFA is 100% eigendom van deze vier producerende groepen.

Rentmeesterschap

VISIE 2020

vision-2020-october-2016-du_pagina_1

RENTMEESTERSCHAP

620x235-Mission-Statement-Stewardship

Ook vandaag de dag blijft bont één van de meest milieuvriendelijke materialen. Niet alleen de warmte en ongeëvenaard luxe, maar het is ook nog eens volledig recyclebaar en herbruikbaar. Milieubeschermers stellen als eis dat producten duurzaam en functioneel moeten zijn, hetgeen bont nóg aantrekkelijker maakt. Kledingstukken van bont kunnen, met de juiste zorg en modebewustzijn, tientallen jaren worden gebruikt. Een kledingstuk van bont kan veranderen van een mantel in een jasje, van jasje in topje en van topje in voering. In het verleden werden ze zelfs van generatie op generatie overgedragen. En hoewel dit niet op úw situatie toepasbaar hoeft te zijn, kunnen bontmantels, bontjassen, jacks van bont en bodywarmers een nieuw modieus leven gaan leiden of een nieuwe bestemming krijgen als accessoires voor thuis of als kraag, voering, handtas, kussen of zelfs als de ultieme luxe – een sprei van bont op bed. Dit alles toont dat bont zowel in financieel als in modieus opzicht een prima investering is – het ultieme in milieuvriendelijke mode.

Bont is wel degelijk een zo geheten duurzame resource. Dankzij de ingevoerde strenge wet- en regelgeving zijn onze bont dragende diersoorten en hun natuurlijke leefgebieden tot grote bloei gekomen, mede doordat trappers en overheden de dierenpopulaties hierin zorgvuldig hebben bewaakt en de gebieden zelf goed hebben verzorgd. Als voorbeeld van dergelijke inspanningen geldt het feit dat er nu meer bevers in Canada voorkomen dan toen de Europese ontdekkers er voor het eerst kwamen. Canadese trappers en de overheid hebben de meest humane vangstsystemen en -normen ontwikkeld en beide partijen, samen met de Verenigde Staten, de Europese Unie en Rusland, zijn ondertekenaars van de Agreement on International Humane Trapping Standards (AIHTS – Overeenkomst betreffende internationale normen voor humane vangst).

Producenten van wildvang hebben een dubbelfunctie: ze dragen enerzijds bij aan de economie door de uitoefening van hun beroep en ze helpen anderzijds bij natuurbeheer door middel van door de overheid ingestelde quota’s. Maximumquota’s beschermen de dieren tegen het vangen van te grote aantallen, terwijl minimumquota’s bijdragen aan de instandhouding van populaties in de natuur. Trappers zijn ook de “bewakers” van het land: zij zijn doorgaan de eersten om alarm te slaan als de balans van het milieu wordt verstoord, bijvoorbeeld door milieuvervuiling of door de vernietiging van natuurlijke leefgebieden.

Op het gebied van pelsdierenhouderijen houden Canadese, Amerikaanse en Europese pelsdierenhouders zich aan nationale richtlijnen en regelgeving om ervoor te zorgen dat er goed voor hun dieren wordt gezorgd en dat er op humane wijze bont wordt geproduceerd. Zowel wildvang als bont van pelsdierenhouderijen uit zowel Noord-Amerika als Europe komen in aanmerking voor het label Origin Assured (herkomst gegarandeerd). Dit label geeft de consumenten de zekerheid dat de verzorging van de dieren voldoet aan de hoogst gestelde normen.

Management

620x235-Mission-Statement-Leadership

Management

Michael D. Mengar

President en CEO

De heer Mengar trad in 1978 in dienst bij Hudson’s Bay en Annings London in de vestiging Madison (Wisconsin, VS), waar hij belast was met de aankoop van farm- en wildvangpelzen voor het Londense bedrijf. In 1981 werd hij benoemd tot directeur van de vestiging in Madison.

In 1986 ging hij naar Hongkong waar hij de functie van vertegenwoordiger voor het Verre Oosten bekleedde voor elk van de drie veilinghuizen van de Hudson’s Bay Company (Londen, New York en Toronto). Hier deed hij waardevolle ervaring op in het omgaan met Japanse, Hongkong-Chinese en Koreaanse bontproducenten, -exporteurs en -detailhandelaren. In 1987 kwam hij terug naar Toronto als Vice President van US Operations voor Ranch Mink and Fox (farmnerts en -vos). Bij de aankoop van de vestiging in New York werd de heer Mengar in 1990 benoemd tot President en CEO voor New York en vervolgens in 1997 tot President van de North American Fur Auctions Group.

In april 2009 benoemde de Raad van Bestuur de heer Mengar tot CEO van de NAFA-groep als opvolger van de heer Herman Jansen.

De heer Mengar heeft 35 jaar ervaring in deze sector en heeft deel uitgemaakt van vele raden, waaronder de Hong Kong Fur Federation, Fur Information Council of America (FICA) en Fur Wraps the Hill (FWTH).

Herman Jansen

Algemeen Directeur

De heer Jansen trad in 1966 in dienst bij Hudson’s Bay en Annings in Londen en doorliep een tweejarig opleidingsprogramma in bonttechnologie. In 1968 vertegenwoordigde hij het bedrijf in Nederland en werd hij in 1969 benoemd tot Manager of Dutch Operations. In 1971 ging hij in de functie van Account Executive naar de Verenigde Staten en werd hij in 1974 benoemd tot Manager of North American Operations. In 1984 ging hij naar Fur Sales Canada Limited van Hudson’s Bay Company, waar hij werd benoemd tot Vice President Marketing. In 1987 volgde de benoeming tot Senior Vice President, in 1989 tot President en CEO, en in 1997 tot Chairman en CEO van de North American Fur Auctions Group.

De heer Jansen heeft 45 jaar ervaring in deze sector.

Doug Lawson

Senior Vice President en CFO

De heer Lawson heeft bijna 30 jaar ervaring op het vlak van senior business management/financial management binnen een verscheidenheid aan sectoren en ondernemingen van verschillende grootte, waaronder Molson Breweries (consumentenproducten), TecSyn International (een op de TSE (Tokyo Stock Exchange) genoteerde productieonderneming) en Bowne Internet Solutions (provider van internetoplossingen). Recent nog was Doug de Chief Financial Officer van Nexient Learning Inc., een op de NEX genoteerde onderneming onder de naam “NXL.H”. Nexient Learning Inc. was de grootste onderneming in Canada voor bedrijfstrainingen, die de ruimste keuze aan binnen de verschillende sectoren erkende curricula op het gebied van informatietechnologie, verbetering van bedrijfsprocessen, en leiderschaps- en zakelijke vaardigheden bood totdat de onderneming werd verkocht in augustus 2009.

De heer Lawson heeft ook als consultant gewerkt voor een aantal startende bedrijven op het gebied van voorverpakte consumentengoederen en technologiesectoren en heeft daarnaast expertise op het gebied van strategische bedrijfsplanning, operations, en financiële analyse en modellen.

De heer Lawson behaalde zijn graad van Bachelor of Business Administration aan de Wilfrid Laurier University en is registeraccountant met een verdere aantekening voor Corporate Finance van het Canadian Institute of Chartered Accountants (Canadese instituut voor registeraccountants). Doug heeft ook de ICD.D-certificering behaald, welke is verleend door het Institute of Corporate Directors, het professionele orgaan dat directeuren en senior-managers in Canada vertegenwoordigt.

 

Gregg Dolinsky

Senior Vice President, North American Operations

De achtergrond van de heer Dolinsky beslaat meer dan 29 jaar ervaring in de bontsector. Na het behalen van een graad in Business Administration aan de University of Minnesota in 1980, met als specialisatie marketing en management, begon de heer Dolinsky zijn carrière in de bontsector bij de Minneapolis Fur Exchange. Hij bekleedde daar een leidinggevende positie en leerde er zodoende de technische en productieaspecten van de sector kennen.

In 1982 kwam hij bij de Hudson’s Bay Company (Canada) als Field Representative and Technician Zijn verantwoordelijkheden omvatten onder meer de uitbreiding van het marktaandeel voor de onderneming in de Verenigde Staten en het verlenen van assistentie bij de voorbereiding en verkoop van de in Canada verkochte Amerikaanse producten.

De heer Dolinsky werd in 1986 overgeplaatst naar de Hudson’s Bay Company (New York) en kreeg Salt Lake City (Utah, VS) als vestigingsplaats, waar hij optrad als regionaal verkoopmedewerker voor de regio’s Utah, Idaho en Montana.

In 1988 werd de heer Dolinsky bevorderd tot Vice President Operations van de Hudson’s Bay Company (New York) en later North American Fur Auctions. De afgelopen elf jaar stond hij aan het hoofd van de technische en niet-technische activiteiten in de Verenigde Staten.

In 2009 werd de heer Dolinsky bevorderd tot Senior Vice President North American Operations, met als verantwoordelijkheid alle technische en niet-technische activiteiten van NAFA.

Sebastian Jansen

Senior Vice President en Managing Director, Europa

De heer Jansen heeft meer dan 30 jaar ervaring in de bontsector en startte zijn carrière met werk op nertshouderijen en het keuren van nerts. Zowel hij zelf als zijn familie zijn al drie generaties lang betrokken bij het houden van nertsen en gerelateerde veilingactiviteiten. De heer Jansen behaalde de graad van Bachelor in Business Administration en spreekt vloeiend Nederlands, Engels, Deens en Duits.

De heer Jansen kwam in 1984 bij HBC en heeft in zijn carrière jarenlang nerts gekeurd en hij heeft uitgebreide ervaring in marketing en verkoop. De heer Jansen vertegenwoordigt de Europese producenten van NAFA als lid van de Board of Directors (Raad van Bestuur) van North American Fur Auctions.

rob-cRobert B. Cahill

Senior Vice-President, Marketing

De Heer Cahill begon zijn carrière in de bont detailhandel in 1989 en kan bogen op 27 jaar ervaring in de branche. Na een aantal jaren bij NAFA te hebben gewerkt in de late negentiger jaren leidde zijn ervaring hem in 2003 naar de positie van Executive Director van het Bont Instituut Canada. In 2012 had hij zich opgewerkt tot Regional Vice-president of the Amerika’s voor de International Fur Federation (IFF), een functie die hij tot augustus 2014 bekleedde. Op dat moment trad de Heer Cahill wederom toe tot NAFA, nu in de functie van Senior Vice President of Marketing.